Het eerste programma op mijn agenda is de voorstelling L'âne qui butine en scène in de prachtige Sint-Gorikshallen. Er worden literaire experimenten in het Frans, Nederlands en Engels beloofd, maar wanneer het podium na twintig minuten nog steeds leeg is, zoek ik andere oorden op. Waar kan ik zeker zijn van medebezoekers? Een schrijfworkshop in cinéma Arenberg misschien? Het programma belooft “een creatief en ludiek filmisch schrijfatelier” gebaseerd op de films “Repetition compulsion” van Jeff en Vanessa Louvière en “Un chien andalou" van Luis Bunuel. Ik zet me schrap voor de confrontatie met een overenthousiaste vrijwilliger, maar die vrees blijkt ongegrond. Het atelier bestaat uit de overhandiging van een blad papier, een leeslampje en een pen. Nu geloof ik niet in het coachen van creatief schrijven, dus op zich is die vrij(blijvend)heid mooi meegenomen. Maar dan hebben we het over “experiment” en niet over een “workshop”. Nu blijf ik achter met een studie-uurgevoel: “De lerares kan er vandaag niet zijn, maar hou je alsjeblief in stilte bezig”. Op het scherm worden twee surrealistische zwartwitfilms geprojecteerd. Het kernachtige “Repetition Compulsion” toont korte shots van een man met een brandende kaars op zijn hoofd. Zijn compulsieve gedrag vertaalt zich in stokkerige herhalingen van schijnbaar obsessieve handelingen. Cultfilm “Un chien andalou” (1928) is niet voor gevoelige zielen. In het openingsshot wordt de oogbal van een jonge vrouw met een mes in twee gekliefd. De wetenschap dat voor deze scene een dierenoog werd gebruikt, maakt de scène er niet minder weerzinwekkend om. Er volgen tientallen taferelen waarin de desintegratie van menselijke lichamen, pervers sadistisch plezier en de liquide grenzen van tijd en ruimte centraal staan. Mieren, tennisracketten, dode ezels en een vleugelpiano passeren woordeloos de revue. Voor mij zijn het twee premières, maar vragen wat de anderen ervan vonden en hoe het schrijven vlotte is jammer genoeg onmogelijk. Na mij is er niemand meer binnengekomen, de zaal blijft leeg.
Eén van de knopen van het Passa Porta festival is het Sint-Kathelijneplein. Heerlijke eetgeuren en zachte zinnen van keuvelende mensen op bankjes en terrasstoelen komen uit alle hoeken aangestroomd. Wie wil kan een gedicht laten schrijven, en het vervolgens ergens op zijn of haar lichaam laten plaatsen. De gemoedelijke sfeer is authentiek, het publiek spontaan – de doelstellingen van het festival worden hier op sublieme wijze waargemaakt.
Sinds 2002 organiseert de LiteraturWERKstatt Berlin de Zebra Poetry Film Awards. Volgens de organisatie passen film en poëzie “wunderbar zusammen”, net als “die Streifen des Zebras”. De winnende poëziefilms van 2002 en 2004, elk gebaseerd op een ander gedicht, worden in een ondergronds filmzaaltje vertoond. In “The 15th of February”, dat de eerste prijs wegkaapte in 2002, wordt Valentijnsdag op de korrel genomen. Een gedicht van W.H. Smith wordt door een combinatie van filmtechnieken en animatie tot leven gebracht. In het Griekse “Global Positioning System” van George Drivas and Maria Antelman hoort het gebroken hart toe aan een auto. “Gedichte von Ernst Jandl”, opgedragen aan de Oostenrijkse dadaïst, bestaat uit een bevreemdend rooster van tientallen monden. Op “Perfect activity leaves no traces” – een statische opname van een street performance - en het Nederlandse “Nummer Twee” volgt “We hear them cutting” van regisseur Guilherme Marcondes die recenter scoorde met zijn kortfilm “Tyger”. “Love is the Law” van de Noor Eivind Tolas is een heerlijke parodie op de nieuwszender CNN. Ruth Lingford deed beroep op de stem van Bob Geldof en de woorden van Philip Larkin voor “The old fools”. De dikverdiende winnaar van de tweede editie van de Zebra Poetry Film Awards is “Nach grauen tagen” van Ralf Schmerberg. In een claustrofobisch klein appartement brengen drie generaties van een gezin hun vrije dag door. De personages, gekleed in afgewassen t-shirts en grauw ondergoed, lopen langs elkaar heen in een rommelige en lawaaierige huiskamer. Kinderen huilen, volwassenen schreeuwen en tussendoor weerklinkt een irritant melodietje uit een van de stukken speelgoed die her en der verspreid liggen. Armoede, frustratie en woede wellen op en groeien aan, tot de moeder van het gezin een grote blauwe ballon over haar hoofd trekt. Terwijl haar familie haar ongerust aanstaart, vindt ze tot haar opluchting eindelijk wat rust, stilte en zuurstof. Ze debiteert een gedicht van Ingeborg Bachmann, waarvan de tekst door merg en been gaat.
Gezien op 22 april. www.passaporta.be







