Want eerst was het tijd voor die andere legende: elektronpionier Alan Vega, de helft van het New Yorkse Suicide. Vega kwam in Krems zijn nieuwe solo-cd ‘Station’ voorstellen, een plaat waar ik niet zo enthousiast over ben omdat ze met zijn combinatie van spoken word en primaire electrobeats niks toevoegt aan wat ik van Suicide kende. En zit er echt nog iemand te wachten op de zoveelste muzikant die zonodig een nummer moet schrijven waarin hij zijn ongenoegen uit over de manier waarop president Bush zijn Irak-beleid voert? Ik dacht het niet..jpg)
Zoals te voorspellen viel bakte Vega er op het podium ook niet veel van: op een sampler na was het podium leeg. De taak van de vrouw die deze sampler bediende was eenvoudig: bij het begin van een nieuw nummer de on-knop induwen, en bij het eind op off drukken. Alan Vega stond vooraan het podium en declameerde zijn teksten voor een matig enthousiast publiek. Het waren vooral de houterige spasmen van Vega tussen de nummers door die de aandacht trokken. Na een drietal nummers kreeg Vega zelf ook door dat het publiek niet echt mee was, en begon de toeschouwers te beledigen met provocerend bedoelde hand -en armgebaren. Veel baatte dit niet, want enkele nummers verder was het meer drummen aan de bar om een pintje besteld te krijgen dan om op de eerste rij van dit concert te geraken. De man die aan de ingang van de zaal een hele tafel had vol gelegd met exemplaren van de nieuwe Alan Vega-cd had een rustige avond.
Nee, dan was Throbbing Gristle andere koek. Chris Carter betreedt als eerste het podium en zet zijn laptop aan. Een donkere soundscape vult de zaal. De andere TG-leden stappen vervolgens ook het podium op maar het is pas wanneer Genesis P-Orridge achter zijn microfoonstatief plaatsneemt dat de luidste kreten uit het publiek opstijgen. P-Orridge beantwoord elke kreet met een nog scherpere kreet en gooit deze kreten vervolgens in een loop, en dan zijn we vertrokken. Throbbing Gritstle komt officieel zijn nieuwe album voorstellen, maar in de loop van het concert wordt hier regelmatig van afgeweken, ook al worden vragen van het publiek naar oudere nummers door de band weggelachen.
De nieuwe TG klinkt als de oude TG, maar dan electronischer en minder industrieel: het ritme ligt bewust erg laag en de beats zijn lomp. De extreem laag gestemde bastonen laten heel de zaal daveren en contrasteren met de erg schrille hoge tonen. Hier hebben Wolf Eyes, en eigenlijk elke nieuwe generatie noisemuzikanten die na TG zijn gekomen, de mosterd gehaald. Het is dan ook niet verwonderlijk om in de frontstage zowel Peter Rehberg, Stephen o’Malley, Yamatsuka Eye, Phil Niblock als Felix Kubin aan te treffen. Over dit sonisch geweld houdt P-Orridge zijn met opzet verveelde en monotone voordracht. In de loop van hun set wordt het volume tot zwaar boven de pijngrens opgedreven en wordt het minimale en het monotone ten top gedreven. De nummers slepen zich tergend langzaam voort. Het geduld en het uithoudingsvermogen van het publiek worden op de proef gesteld. “I already see some sleepyheads and we only just began” treitert Genesis zijn publiek en lacht hierbij zijn gouden tanden bloot..jpg)
In de beginselverklaring van TG staat dat de groep geen frontman heeft maar Genesis P-Orridge is duidelijk de man die het publiek naar zijn pijpen laat dansen. Na vijfentwintig jaar stilte verscheen vorige maand ‘Part Two – The Endless Not’, de nieuwe cd van het legendarische Britse kunstenaarscollectief Throbbing Gristle. Deze plaat kwamen Genesis P-Orridge en co live voorstellen met, op uitnodiging van de groep zelf, Alan Vega in het voorprogramma, die trouwens ook een nieuwe plaat te promoten had.Na vijfentwintig jaar stilte verscheen vorige maand ‘Part Two – The Endless Not’, de nieuwe cd van het legendarische Britse kunstenaarscollectief Throbbing Gristle. Deze plaat kwamen Genesis P-Orridge en co live voorstellen met, op uitnodiging van de groep zelf, Alan Vega in het voorprogramma, die trouwens ook een nieuwe plaat te promoten had.. De decolleté die een stevige c-cup laat zien is ordinair diep en zijn roosgele rokje is afzichtelijk. En toch fascineert de man mateloos. Wannneer ik P-Orridge de dag nadien in de balie van zijn hotel tegen het lijf loop besluit ik het erop te wagen en vraag hem of hij een kort interview zou zien zitten. “Oh, maar ik ben maar een ordinaire huisvrouw”, zegt hij met een uitdagende grijns, “ik heb niks te zeggen”.Na een kleine twee uur op het podium te hebben gestaan houdt TG het voor bekeken. Ik voel me opgelucht dat het voorbij is en tegelijk had ik dit voor geen geld ter wereld willen missen. Een Throbbing Gristle-concert blijft een verwarrende ervaring waarbij ongemak en fascinatie hand in gaan, zelfs na vijfentwintig jaar.






