Ja er is iets met Jezus he, blijkbaar?
Twijfel aan de eighties
Inderdaad. Die is vandaag verrezen. Je voelt de vraag al aankomen: beschouw je deze periode als een wederopstanding, na enkele jaren stilte?
Ja… Je zinspeelt natuurlijk op dat writer’s block waar iedereen vragen over stelt. Nu, dat is perfect legitiem, al heb ik wel de indruk dat ik binnenkort langer over dat writer’s block zal hebben verteld dan dat het in feite geduurd heeft.
Dat writer’s block heeft natuurlijk met vertrouwen te maken. Vertrouwen en twijfel liggen heel dicht bij elkaar. Ik had een boek klaar, in 2004, en dan, totaal onaangekondigd, begon ik aan alles te twijfelen, voornamelijk of het wel zin heeft om te schrijven. Als je daar twee minuten aan twijfelt, begin je daarna te denken: ‘heeft het nog zin om eigenlijk eender wat te doen?’ En na twee jaar twijfelen achter de computer ben ik tot de conclusie gekomen dat alles volledig zinloos is, maar waarom zou ik daar meer last van hebben dan mensen die niet schrijven?
Kan twijfel een even grote motivatie zijn als vertrouwen?
Dat hangt van je karakter af. Ik ben iemand die van nature aan alles twijfelt.
Sam(uel) Penn, het hoofdpersonage uit ‘Kamermuziek’, is ook iemand die aan alles twijfelt.
Ja. Onder andere aan zijn eigen geestelijke gezondheid (lacht).
Hij wil niet bij zijn volle voornaam genoemd worden omdat die hem te bijbels klinkt. Jouw persoonlijke bijbel heeft eerder iets weg van de jaren tachtig, of vergis ik me? De song ‘Last christmas’ van Wham! komt een aantal keer voor, en niet zomaar.
Dat heeft zo zijn technische redenen. Er zijn wel meerdere referenties, zoals de Samuel uit de Bijbel, maar evengoed denk ik aan Samuel Beckett, Wat betreft ‘Last christmas’: in het tweede deel komt Zip, de robothond, liedjes zingen. In de context van (Sams nieuwe) familie past die song wonderwel natuurlijk. Ik moet dan altijd denken aan Kerstmis en verjaardagen.
Het is bizar. Een tijd geleden is de zogenaamde eighties revival begonnen. In hemelsnaam, denk ik dan, ik heb het zelf weten uitkomen toen het nieuw was, en toen was het al crap.
Ik dacht dat je die periode net geweldig vond?
Wel ja, ik ben niet noodzakelijk hetzelfde als mijn personages.
De reden waarom ik dat denk, is door het veelvuldige namedroppen van populaire cultuur, toch op zijn minst een stilistische eigenschap in je werk?
Dat is zo, maar het komt allemaal neer op het scheppen van een referentiekader. In plaats van uitvoerige uiterlijke beschrijvingen te maken, is het raker om iets te zeggen in de trant van ‘ze lijkt op die of die artieste’; dan heb je alle nodige informatie vervat in één regel.
Sean Penn en Zwarte Lola
Ik moet altijd geweldig veel moeite doen om het hoofdpersonage niet ‘Sean Penn’ te noemen. Een besliste keuze?
Nee, niet bepaald. Wat wel heeft meegespeeld in de naam van het personage, is dat het een anagram is van de mijne. Al heeft niemand dat totnogtoe opgemerkt (lacht). Ik heb het te goed verstopt.
Hoeveel van jou zit er dan in de personages?
Je hebt de drie hoofdpersonages, en daarvan zijn er twee uitersten. De een is heel rationeel (Otter), de ander zeer passioneel en intuïtief. Sam zit daar ergens in het midden. Wel, als je die drie personages zou optellen, dan krijg je iets dat vaagweg iets van mij weg heeft. Maar dan nog.
Dat kruispunt tussen feitelijkheid en een spirituele inslag vond ik zeer intrigerend aan dit boek. Ben jij zo’n astrologie-aanhanger?
Nee, totaal niet, maar het fascineert me wel dat mensen hun hand laten lezen en er niet voor terugschrikken om naar waarzegsters te gaan. Mij is het totaal vreemd. Eén keer heb ik me de kaarten leggen in Gent. Ze vertelde me: ‘u zal krijgen wat u verdient’. Dat weet mijn hond ook (lacht).
Die ietwat wantrouwende houding komt ook in het boek, bij monde van Otter.
Ja en ik denk dat ik wat die materie betreft misschien wel het dichtst bij hem aanleun.
In dezelfde lijn, als we het terug even over vandaag hebben: ben jij iemand die Pasen spontaan als Zwarte Zondag zou uitroepen, of behoor je eerder tot de Gerard Reve-strekking?
Nu heb ik daar niet bijzonder veel meer aan. Ik merk vooral dat het iets is dat je bijblijft. Je wordt christelijk opgevoed, en voor je het weet kan je daar iets mee, niet het minst in de literatuur. Het schept, opnieuw, een referentiekader.
In het dagelijks leven merk ik wel eens dat . Ik leef samen met iemand die vrijzinnig is opgevoed. Bij een banale handeling als het inladen van de vaatwasser, wil ik wel eens plechtig ‘Het is volbracht’ uitkramen. Waarop hij me vervolgens zeer raar aankijkt (lacht). Een religieuze basis voedt je taal en nestelt zich in je denken, zeker weten. Het is een handigheid, ook. Het zijn enkele kleurpotloodjes in de doos.
Maar voor de rest heb ik er geen behoefte van. Toen ze me vroegen voor Zwarte Zondag dacht ik eerst dat het opgezet was rond de politieke lading van die term. Toen kreeg ik in de gaten dat het met Pasen te maken heeft. Maar dat is niet waarom ik toegezegd heb.
Eigenlijk wou ik alleen maar komen omdat Zwarte Lola komt (lacht). Was die eigenlijk niet dood?
Misschien dat ze vandaag herrezen is. (Zwarte Lola komt uiteindelijk níet, nvdr)

If you tolerate this…
Wat ik persoonlijk het relevantste vond aan dit boek waren de vele stilzwijgende referenties aan de werkelijkheid, die bijna als faits divers worden behandeld (in het boek refereert Mennes aan o.m. de vergiftiging van een lerares door haar leerlingen, de moord op regisseur Theo van Gogh en enkele vermiste meisjes). Het commentaar op die werkelijkheid wordt zo heel subtiel.
Ja, dat is de functie die het heeft. Als auteur kan je moeilijk doen alsof al die dingen niet gebeuren. Ik woon nu zeventien jaar in Antwerpen, dus je bent daarbij betrokken (Mennes doelt op de schietpartij van Hans van Themsche). Maar ik wou niet alleen daarover een boek schrijven. Ik wil een scheiding tussen literatuur en journalistiek. Maar ik wou het er wel over hebben, en dan vooral over de paranoia en de ongerustheid die erbij kwam kijken.
Niet alleen de gebeurtenissen op zich, maar ook de berichtgeving wordt op de korrel genomen. Ik vond het heel treffend hoe je de media aanpakt in het boek. Ze worden voorgesteld als afstompend, kinderachtig bijna.
Ja daar kan je niet tussenuit. Het is heel erg: als je naar TerZake kijkt, vinden ze er niet beter op dan onder de gebeurtenissen van de dag een tragisch strijkkwartet te monteren. Alsof het nog niet erg genoeg is.
Heb je in je jaren van inactiviteit een verdomming van de media meegemaakt?
Goh, verdomming… Wat me vooral verbaast is dat enkele intelligente mensen rond de tafel gaan zitten en beslissen wat een publiek al dan niet kan slikken. Of beslissen: zó intelligent zijn ze, daar mogen we echt niet over.
Voer je nu een pleidooi voor meer individualiteit, minder betutteling?
Ik vind gewoon: probeer dingen uit, wees creatief, en als ze niet werken dan werken ze niet. Maar momenteel proberen ze gewoon niet. Ze geven wat de mensen willen, dingen die populair zijn. Het zou me niet verbazen dat ze binnenkort met live executies beginnen na het achtuurjournaal: die uitzendingen zouden wellicht ook heel populair zijn.
Het is niet je gewoonte in je boeken zelf standpunt in te nemen over dergelijke zaken. In ‘Kamermuziek’ zit welgeteld één moreel vingertje. ‘If you tolerate this, then your children will be next’ van de Manic Street Preachers dat bijna onopgemerkt de revue passeert in een sfeer van algemene gelatenheid.
Ik vind: dat is het maximum dat je kan doen. Anders ga je terug naar de jaren zeventig, en schrijf je probleemboeken die enkel goed zijn voor de middelbare school.
Ik heb altijd gedacht: ik word liever verkeerd begrepen dan dat ik alles moet gaan uitleggen. Het gevolg daarvan was dat toen het eerste boek uitkwam, ‘Tox’, de mensen dachten dat ik alles wat erin stond uitvoerig aan het promoten was. Op een gegeven moment had er iemand in ‘Tox’ een pleidooi voor fascisme gevonden.
Dus geef ik nu iets meer informatie over het boek vrij. Veel mensen vragen me naar de naam Feldbiss (Sams psychiater, maar ook een type aardbeving die de aanleiding geeft tot Sams instorting op het einde). Tien jaar geleden zou ik daar niets over gezegd hebben. Nu nog denk ik: tik het in op Google, zoek het op…
Ik kende het liedje van de Manic Street Preachers natuurlijk al wel, maar als ik het me goed herinner heeft Herman Brusselmans er ook ooit een column over geschreven.
Echt waar? Dat zou kunnen.
Hoe was het trouwens op zijn grote feest in Gent, vrijdag? (op ‘Zogezegd in Gent’, opener van de Literaire Lente, werd Brusselmans gehuldigd voor zijn 50 jaren en de helft daarvan schrijverschap: een verslag vindt u op deze site)
Het was een grote bedoening. Ik moest drie of vier dingen doen. Gelukkig situeerden die zich allemaal rond de Balzaal, dus dat viel mee, maar ik was toch te druk bezig om naar andere dingen te gaan kijken. Maar het was een heel leuk feestje, en na afloop ben ik me samen met de anderen gaan bezatten in het café van de Vooruit (lacht).
Maar je bent wel blij met de aandacht die er nu naar je uitgaat?
Ja toch wel. Ik was er al wat bang voor. Het lijkt nu alsof ik vijf jaar niets gedaan heb… Ik heb toch wel wat dingen voor theater gedaan, maar dat levert geen boek op en dat is uiteindelijk toch hetgeen dat telt. Je loopt dan het risico met een boek te komen, waarop vervolgens niemand reageert.
Dat bepaalde mensen zouden zeggen: Paul Mennes, dat is van de jaren negentig?
Ja, zoiets. Al ben ik natuurlijk van de jaren zestig.
Maar het is dus heel goed meegevallen. En daar ben ik best blij om.
Optreden (in romans)
Die opmerking over die column van Brusselmans van zo-even was niet zo geïsoleerd als hij wel leek. Ik wil maar bedoelen: is het OK als ik zeg dat ik jouw columns (ook in ‘Humo’) een pak sneller vergeten ben?
Nee, dat zit wel goed. Ik denk dat ik al verklaard heb waarom ik die columns geschreven heb. Het moest me weer routine geven, ervoor zorgen dat ik bepaalde dingen tegen een bepaalde tijd af had. Misschien niet de allerbeste redenen om ermee te beginnen. Daar komt nog bij dat je in functie van een blad schrijft, en dat je stijl ermee moet overeenkomen…
Je columns bevatten natuurlijk de aloude Mennes-thema’s. Die komen echter veel beter aan bod in je romans.
Absoluut. Ik heb ook heel lang geen columns willen maken, omdat het mijn vorm niet is. Als je dan in een blad zit dat toch hoofdzakelijk rond televisie en populaire media draait, dan zit je toch al met dezelfde soort geplogenheden… Maar voor mij heeft het zeker gedaan wat het moest doen.
Iets wat een goed columnonderwerp had kunnen zijn, is de dubbele passage in het boek van het moderne fenomeen de 'beeldchat’, te zien op TMF e.d. Sam is ook een lethargisch bekijker van de belspelletjes, die zijn lethargie nog in de hand werken.
Ja, maar het is altijd onzin om een medium iets te verwijten. Toen de telefoon er pas was, dachten mensen ook dat dat toestel des duivels was, ‘want iemand kon je ’s nachts opbellen en hijgen’. Dat is begrijpelijk, maar dat maakt de telefoon niet kwaadaardig.
Je stoort je dus niet aan de belspelletjes?
Je kan er ook altijd niet naar kijken he. Behalve als er niets anders is om naar te kijken.
Had de hilarische cross-over tussen ‘De Da Vinci Code’ en ‘Sex and the City’ een column kunnen zijn?
Dat had gekund, maar ook weer niet omdat zoiets pas werkt omdat het een zekere lengte heeft en door blijft lopen.
Nu, sommige dingen die het boek niet hebben gehaald zijn wel als column gepubliceerd.
Die over het Songfestival?
Nee, die niet. Dat is een persoonlijke bron van irritatie. Maar bijvoorbeeld die over het tweede hondje dat de ruimte inging.
Hoeveel versies van ‘Kamermuziek’ zijn er geweest?
In totaal een stuk of acht. Ik heb een half regenwoud omgegooid om dat gedaan te krijgen (lacht).
Het boek is er dan toch gekomen, en we zijn heel blij. ‘Tox’ heeft op mij persoonlijk, en op anderen, een grote impact gehad…
Hoe oud was je?
Ik heb het niet bij aanvang gelezen, maar ik moet zo’n 14 jaar zijn geweest.
Schandalig dat iemand van 14 die boeken leest…Immoreel. Wat moet er nu van jou terechtkomen in deze wereld?
Dat vraag ik me ook af… In ieder geval heeft het boek een stem gegeven aan een gevoel dat al heel lang sluimerde, bij uitbreiding bij de hele mensheid, maar ik vind dit boek even belangrijk.
Dank u. Ik vind dit nu ook mijn beste boek. Ik had heel graag gehad dat dit mijn debuut was geweest.
Het is meer in touch met de werkelijkheid.
Ja de personages kijken meer naar buiten, zij het voor mijn doen nog steeds… Kijk, ik ga geen roman schrijven die zich afspeelt in het Midden-Oosten.
‘Tox’ ging over de belevingswereld van een zestienjarige. Dit gaat over iemand die 29 is. De realiteit dringt zich meer op.
De personages worden volwassen samen met de auteur?
Ik ga eindigen met een heel dik boek over een 92-jarige huisvrouw in Schellebelle. Heel episch moet dat worden.
Ik kijk er al naar uit. Ik vond ‘Kamermuziek’ een luchtige, kleiner opgezette versie van Tom Lanoyes Monstertrilogie, net door die kleine venstertjes op wat er in de boze wereld buiten allemaal gebeurt.
Dat is een gigantisch compliment. Lanoye zal inderdaad alles wat er gebeurt en ook in zijn boeken terugkomt, met naam en toenaam benoemen. Maar zo doe ik het niet. Als je daarnaar op zoek bent, néém dan de Monstertrilogie. Lanoye is een ongelooflijk politiek beest, die dat dus beter doet en met meer enthousiasme.
Dat engagement laat je graag aan je voorbijgaan?
Goh, engagement. Twee jaar geleden heeft iemand kennelijk beslist dat we met zijn allen terug moeten geëngageerd zijn, en binnen twee jaar zal exact het omgekeerde gebeuren. Nu van mij mag iedereen daaraan meedoen, maar ik doe exact mijn eigen goesting. Het zou, van mijn kant, ook heel geforceerd zijn en vals overkomen.
Geniet je van optreden en van de literaire wereld?
Het zijn twee verschillende dingen he. Optreden absoluut niet, maar ik kom graag collega’s tegen, zoals eergisteren nog op ‘Zogezegd in Gent’. Of hier (knikt speels in de richting van Sammy Deburggraeve, die hem overigens niet bleek te kennen maar zichzelf wel dichter noemt).
Ik zou Sammy eerder als performer beschouwen. Tot slot: welke titel had je graag boven dit interview gezien: 'elke Lente begint met een zwartgeblakerde dag’ of ‘Na elke ‘Bambi’ komt een ‘Bambi 2’’?
Goh……..(na lang nadenken:) Het tweede. Vanuit marketingstandpunt (lacht).
Paul Mennes, bedankt voor dit interview.
Gezien en gesproken op Zwarte Zondag in de Petrol te Antwerpen, op 8 april 2007. www.petrolclub.be






