Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Gunther De Wit:
MARS speelt 'Sunday Smile'
Over 'De Versie Claus' van Het Toneelhuis
Over Zand erover!? van Victoria Deluxe
Over Zwarte Zondag
WAT DOET EEN NACHTBURGEMEESTER ZOAL OP ZONDAG?
datum 29.04.2007
rubriek Literatuur

Vitalski wordt graag geïnterviewd. Het hoort bij zijn ‘product’, en ondanks het feit dat hij niet graag voor gelegenheidsnar wordt versleten, hangt hij graag de clown uit. Maar tussen alle vluchtige optredens, actes de presence en blogverslagjes door, draagt hij zijn lint met waardigheid en heeft de man ook iets te zeggen. Een aangename bloemlezing, want Pasen valt op een zondag.

Vital. Waarom ben je niet in het zwart gekleed?
Ik draag meestal zwart, want ik ben een van de weinigen die wél met zwart staan. Velen denken dat ze met zwart staan, maar dat is niet zo. Het is een unicum, en één van de weinige kleuren waar ik goed mee sta. Met rode kleren heb ik een rode neus, en met witte draag ik precies een bavet.
Maar nu heb ik een nieuw kostuum van eergisteren. Er is al wel bier over gemorst, door mijn vriend Phil Goldface. Het is een modderkleurig pak. Daar ben ik heel erg fier op. Ik sta heel goed met zwart, maar ook met modderkleur. En dat is handig voor als je in de plassen ligt.

Of voor als je in de media door de modder wordt gehaald.
Ook al. Ze hebben me in de media uitvoerig door de modder gehaald maar daar hou ik van, want ik ben een zwijn en een zwijn ligt graag in de modder.
Ze zeggen heel veel erge dingen over mij, maar sommige dingen zijn nog erger en die mogen ze ook zeggen.

Had je, als Antwerps Nachtburgemeester, dit evenement niet liever ’s nachts gehad?
Dat is mij een beetje eender, overdag of ’s nachts. Het liefst van al treed ik niet op en lig ik thuis in de zetel, maar dit is nu eenmaal mijn lotsbestemming.

Het is wel bon ton om dat te zeggen tegenwoordig. Paul Mennes had het ook al over die zelfverklaarde luiheid.
Dat komt doordat wij leeftijdsgenoten zijn. Vanaf je zesendertigste ga je een drempel over. Van je zesendertigste tot je vierenveertigste wil je eigenlijk terug onder de grond.

Straks komt Jules Deelder eraan…
(onderbreekt) Ik ben een beetje de katholieke herrijzenis van Jules Deelder. In heel Europa zijn er maar twee officiële nachtburgemeesters, en dat zijn wij. Officieel benoemd door de burgemeesters van Rotterdam en Antwerpen. Alleen verdient Jules Deelder die naam veel meer dan ik, omdat ik alleen maar plat water drink en tegenwoordig om vier uur in bed lig.
Ik heb steken in mijn linkerarm, een teken dat je hart het niet zo goed meer doet. Terwijl Jules Deelder sterker is, want die kan op een bepaalde manier hur-ken. Als hij even niet meer kan ademen dan gaat hij hurken en kan hij weer verder. Jules verdient die titel dus veel meer dan ik.

Hij is ook de zestig voorbij, natuurlijk.
Ongelooflijk dat die nog niet kapot is, en nog niet naast Herman Brood ligt.

Ga je samen iets doen?
Nee, ieder om beurt. Wij hebben elkaar al wel gesproken, omdat er wel meerdere organisatoren op het idee komen om de twee nachtburgemeesters te verenigen, en zodoende hebben we al een paar goede dialogen gehad. We zijn echter niet geneigd om samen te werken – voor mij zou de eer wel groot zijn. Ik loop het risico ook niet om het hem te vragen en dan de deur in mijn gezicht te krijgen. Maar hij is wel vriendelijk.

Ik had me daar een soort collegiale, vriendschappelijke band over de grenzen bij voorgesteld…
Het is een grote afstand. Sowieso heb ik behoefte aan veel afstand. Sommige collega-schrijvers, zoals Paul Mennes, zijn goede kennissen en we zullen al wel eens samen een pasta zijn gaan eten, maar als mensen te dicht komen word ik venijnig. Ik heb het nodig om alleen te zijn.

In het kader van de grote Europese eenmaking zie je het niet zitten om een gezamenlijk project uit te denken met Deelder?

Als ze me heel veel geld geven zal ik daar wel over nadenken. Maar ik krijg nooit geld, dus ga ik daar ook niet over nadenken. Ik denk enkel aan hoe ik ga rondkomen tot volgende zomer.
Ik moet weg. Maar ik vind het wel leuk. Dus we doen straks verder?

We proberen Vitalski gedurende enkele uren te pakken te krijgen. Maar de man is het aan zijn functie verplicht druk in de weer te zijn, zijn eigen act te brengen, met werkelijk iedereen een praatje te maken en op de foto te staan, niet in het minst om inspiratie op te doen voor zijn nieuwbakken blog. Ik trek hem tijdens het concert van Dez Mona aan de mouw, om hem aan zijn verplichtingen te herinneren. Deel 2 van het middelgrote maar alleszins zéér relevante Vitalski-interview.



Over de tekst die je vandaag gebracht hebt. Het deed me denken aan een eiland waar je naartoe zou kunnen gaan, waar je een route onderneemt, met anderen of alleen, in de vrije natuur (ik zinspeel duidelijk op Vitalski’s deelname aan ‘Stanley’s Route’, wat hij natuurlijk in de gaten heeft)
Klopt wel. Ik mag stellen, dat is een objectief iets, dat ik dat thema opneem in veel van mijn teksten. Een van de dimensies daarin is die van het psychedelisch eiland. Als ik twintigduizend bladzijden aflever, zullen er daar zeker duizend daarover gaan.
Er is in mij een slangenmens. Eigenlijk is dat de beste Vitalski. Ik ben vervelend als ik schrijf over het OCMW, over de grijze regen, over duivenstront, ….

Ook wel goede teksten, vaak…
Dat ben ik verplicht aan de realiteit namelijk, aan het oneindige regenweer en aan het OCMW. Maar ergens heb ik in mijn hart die oranje gekleurde zonsondergang, en negers zien kanovaren; een beetje een naïeve zijde van me, maar ergens ook een erotische zijde. Want ik probeer te ontsnappen aan zwaartekracht, en aan het naturalisme. En dat lukt me aardig. Ik ben een alfamannetje, ik ben zeer hormonaal. En in het veld van het psychedelische eiland mogen die hormonen de lambada dansen, daar krijgen die het recht.

Is in de Bijbel, die toch centraal staat vandaag (of net niet), de episode van Adam en Eva dan ook jouw favoriet?
Het klopt dat er in mijn werk een parallel loopt met de mythe van het Aards Paradijs. Ook in mijn nieuwe boek, ‘Op sterk water’, zitten vele referenties aan het Aars Paradijs.
Ik ben een romanticus in de zin van Jean-Jacques Rousseau. Al is dat natuurlijk ook een erotische fantasie. Ik slaag er wel in om vrouwen te hebben in mijn leven die zeer erotisch zijn, maar het vervelende is dat twee deuren verder hun vriendjes ook ergens rondlopen. In mijn teksten creëer ik een eiland waar dat niet mogelijk is. De dreiging die er af en toe wel in rondsluimert, wordt ook nooit bewaarheid.

Was 'Robinson Crusoe' je favoriete jongensboek?
Het is niet mijn favoriete jongensboek, maar ik deel met Boudewijn Büch de obsessie voor eilanden.
Op het moment ben ik niet zo rijk, maar het voorbije decennium was ik dat wel. Toen verzamelde ik eilanden en ging ik op reis naar Gozo, Kreta, Sicilië, Corsica. Alle Europese eilanden heb ik de voorbije vier, vijf jaar wel bezocht. Ook een eiland op het Victoriameer. Als ik langs water loop en ik zie daar een eiland, al is het maar een stukje rots, ik wil daar stààn.

Een beetje het Alleen Op De Wereld-gevoel?
Alleen op de wereld is er ook veel armoede he.

En eenzaamheid.
Eenzaamheid vind ik een luxe, maar armoede wil ik niet meer.

Betaalt dat goed, Nachtburgemeester zijn?
Dat betaalt zeer goed, alleen heeft mijn minister van Financiën het voorbije jaar gekke dingen gedaan. Na tien jaar hard vechten kan ik nu overleven als zijnde Vitalski, mijn product. Maar het voorbije half jaar heb ik teveel door ramen en vensters gegooid, waardoor ik nu onder de grond zit financieel…

Dit is een oproep: huur Vitalski in.
Euh… ‘Geef mij geld’.

Was de tekst die je nu gebracht hebt een extract uit ‘Blauwbaard’ ?(‘Vitalski vertelt Blauwbaard’, binnenkort in première)

Nee, dit was iets geheel nieuw, wat ik noem een ‘capriccio’. Ik vond die tekst, vond die geluidstape terug, en vond het geschikt. Het is me erg bevallen, omdat ik voor het moment van het juk van ‘komiek’ af wil. Maar ‘Blauwbaard’ is dan weer wel een platvloerse, boertige sprookvertelling.

Dat stelt ons gerust. Ik heb je al zien zingen, en je bent allround met muziek bezig. Ik heb zelfs mensen zien dansen tijdens je optreden van daarnet…
Echt waar? Wanneer?

Tijdens je optreden.
Welk optreden?

Dat van daarnet.
Ah? Echt waar? Leuk, leuk,…

Is het misschien nog een ambitie van je om een plaat op te nemen?
Ik heb wel de ambitie om nog eens een echte plaat te produceren. Maar dat is nog niet voor vandaag.
Ik ben blij dat ik nu wel een uitgever heb die in mijn teksten gelooft. En nu is de volgende stap een galerij voor mijn schilderijen, een platencontract voor mijn geluidsopnames, … Het duurt langer dan bij een ander. Het feit dat je veel tegelijk doet keert zich soms ook tegen je. Maar ja, ik moet doen wat ik moet doen. Het is hard vechten maar de grootste vreugde zit in het scheppen zelf.

Ik heb ooit een verdienstelijke dichtbundel van je gelezen…
“Het gedicht ‘Jongen’ en andere gedichten”. Mooi he?

Ja. Zeer uit de straat, vond ik dat.
Hoe kom je daaraan?

Je hebt me die zelf eens gegeven! Op een Nacht van de Powezie.
Op de Boekenbeurs?

Nee, op een Nacht van de Powezie. In het gouverneurshuis.
Ah, dat was de editie met typfouten.

Inderdaad. Er zijn nog enkele publicaties van je uitgekomen.

Ja, in totaal acht. Waarvan drie zéér officieel.

Mag ik zeggen dat die buiten Antwerpen, waar je een soort cultheld bent, nauwelijks onder de aandacht zijn gekomen?
Nog niet, he. Mijn nieuwe boek is een maand geleden verschenen, en de perscampagne moet nog beginnen. Maar ik weet ook dat het literaire establishment er zeer lang over zal doen voor het mij als een literair icoon zal aanvaarden. Maar we zullen het hen wel in de strot rammen. Tenslotte ben ik een goed schrijver, een integer schrijver.
Ik zeg niet dat ik goed ben, maar ik moet ook niet onderdoen voor al die anderen.

Voor Paul Mennes bijvoorbeeld?
Paul Mennes is een zeer integer, zeer goed schrijver maar ik moet er niet voor onderdoen.

Is het je ambitie om net zoals Jules Deelder meer dan 664 blz. verzameld dichtwerk achter te laten?
Voor mij is poëzie iets heel onvoorspelbaars. Vroeger deed ik een jaar over één gedicht. Maar nu ik een blog heb die ik overigens zeer ernstig neem, ben ik begonnen met ‘vlug-gedichten’. En nu krijgt dat flink wat kwantiteit. Ik zou gerust op mijn sterfbed een vierduizend blz. pure poëzie willen achterlaten.

Van wat voor slag mag dat dan zijn?
Alles wat ik schrijf is retorisch. Dat gaat eigenlijk nergens over. Ik heb niets te zeggen. Het is allemaal retoriek.

Op een onbewoond eiland je gangen gaan, en dan daarover schrijven als in een koortsdroom?
Ja. Soms zeggen ze tegen mij: ‘Vitalski, je leeft in een ivoren toren.’ Dan zeg ik: ‘ivoren torens staan op een schaakbord’. Het leven is wél echt: ik heb pijn in mijn linkerarm. Dat is echt.

Mogen we je binnenkort wat meer verwachten op dingen à la: de nieuwe première van het Toneelhuis? Ik mis je daar wel moet ik zeggen.
Ik ben blijer als ik een mail krijg van Lyndsay Pfaff dan van Josse de Pauw. Dat is een afwijking van me waar mijn uitgever niet altijd even blij mee is, maar ik kan er niets aan doen. Ik ga liever een avondje op stap met Brigitta Callens dan met Saskia de Coster.

Nochtans ook een ‘schoon madam’…
Ja, ja, maar toch…

Is het toch niets dat je ambieert? Volop in de armen gesloten worden door de culturele elite?
Dat is een beetje defensie natuurlijk, het tegenovergestelde zeggen.
Ik mag niet klagen. Ik neem alles aan wat ik aangeboden krijg, en mag daar niet over verbitterd zijn. Ik denk dat ik ook flink wat cadeaus heb gekregen. Toch durf ik zeggen dat me ook onrecht is aangedaan, mijn leven lang.

Is dit interview te kort en te weinig intiem om daar iets meer over te zeggen?
Er is me onrecht aangedaan in die zin dat veel mensen me nadoen, maar me niet het krediet geven. Gelukkig kan ik daarmee leven want op termijn komt die waarheid toch boven. De waarheid is dat ik heelder generaties performers heb gedynamiteerd en beïnvloed.

Over wie heb je het dan?
Over iedereen. Over Wim Helsen, Nigel Williams, Alex Agnew en Gunter Lamoot. Paul Mennes… Alles wat je maar wilt. Ik ben eigenlijk de Tom Barman van de Vlaamse performance.

Dat van Wim Helsen kan ik wel volgen. Ik vind hem heel goed, maar ik vind jou een stuk authentieker, en dat zeg ik heel eerlijk.
Ik ben blij dat je dat zegt. Ik ben ook fan van Wim Helsen en gun hem zeker het daglicht, want hij werkt hard en hij is vaardig, maar hij is heel erg geregisseerd. Daardoor kan hij gemakkelijk in die mainstream springen via de camera, maar ik ben authentieker. Ik ben beter.

Dat zijn goeie slotwoorden. Dank je wel.


Gezien en gesproken op Zwarte Zondag in de Petrol te Antwerpen, op 8 april 2007. www.petrolclub.be
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie