Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Gunther De Wit:
MARS speelt 'Sunday Smile'
Over 'De Versie Claus' van Het Toneelhuis
Over Zand erover!? van Victoria Deluxe
Over Zwarte Zondag
ZOGEZEGD EEN SUPERTALENT
datum 29.04.2007
rubriek Literatuur

Wie rijmt over ‘de stront van mijnen hond’ en daar een halfbakken allegorie van de liefde van maakt, kan bij de ware literatuurliefhebber wellicht op een meewarende grimas rekenen. Als Alex Agnew het doet dan is dat ‘leuk’. Combineer beide ondenkbare uitersten en daar is Sammy Deburggraeve al, klaar om ons te woord te staan over al dat poëzie-ongein.

Sammy, je herkende zo-even Paul Mennes niet. Dat is niet erg. Maar herinner je je mij nog? We hebben ooit samen meegedaan aan het bijzonder lollige Poëzie-Idool van ‘Ontroerend Goed’, ik met een bizarre politieke act, jij met een voorbode van wat je nu doet.
In Gent was dat he? Nee, sorry…

Geeft niet. Je bent blijven doorgaan, met passages in ‘Comedy Cup Casino’ en ‘Supertalent in Vlaanderen’ als drastisch gevolg. Waar ligt je doel eigenlijk? Waar ligt de goesting?
Die vraag hebben ze me ook gesteld in ‘Supertalent’. Ik heb geantwoord: ‘een negerinneke wil ik nog wel, en eentje met een hoofddoek om, daar word ik helemaal strontgeil van.’ Maar dat is waarschijnlijk geen antwoord op je vraag?

Toch wel, en een heel goed antwoord.

Nee, ik wil gewoon podium doen. Ik vind van mezelf dat ik iets te zeggen heb, en dat de mensen een soort kronkel maken in hun hoofd. Een verandering in hun maatschappelijk denken. Zo heb ik toch wat politieke gedichten ook.





Ik heb je gezien op tal van literaire avonden en ook op ‘Comedy Casino’ met de instant klassieker ‘Marie Rose’ (een perverse schijnode aan Marie-Rose Morel, nvdr). Ik heb gehoord dat je hetzelfde gedaan hebt voor Martine Prenen in ‘Supertalent’. Was het er een variatie op?

Nee, dat had er niets mee te maken. Het gedicht dat ik voor Martine Prenen gebracht heb is er één die ik ook altijd breng voor een willekeurig meisje in het publiek. Vooral als haar vriendje erbij zit is dat heel grappig. Ik verander gewoon de naam, in wat voor de rest een standaardgedicht is.

Komt daar soms improviseren bij kijken?
Nee, dat kan ik niet.

Nochtans, ik vind het een van je kwaliteiten. Op een vorige Nacht van de Powezie te Antwerpen ben je zo eens volledig à l’improviste én op rijm uitgevlogen tegen een would-be rock ’n rollster die iedereen maar bleef lastigvallen.
Ja, dat weet ik nog! Maar dat was op basis van een gedicht dat op dat moment in m’n hoofd zat. Geen improvisatie dus.

Het leek er in elk geval sterk op. Mag ik zeggen dat spontaneïteit je grootste kwaliteit is?

Ja, misschien wel.
Wat ik toen gezegd heb op VT4 bijvoorbeeld. Ann Van Elsen interviewde mij, en vroeg me waarom ik Martine Prenen had gekozen om te bejubelen (en niet, bijvoorbeeld, Ann Van Elsen). Ik antwoordde dat ik Martine een echte vrouw vond, met charisma en klasse, en niet zoals die onnozele ex-Miss België huppelkutjes van VT4 die beter allemaal wat meer patékes zouden eten.

Wat zei ze toen?
Niks (lacht). Ze trok een smoel van ‘Hoe kan dat, iedereen vindt mij toch knap? Hoe kan het dan dat ze mij hier uitlachen?’

Misschien een teken dat je niet persé tot de mainstream amusementsector wil gaan behoren. Anders zou je zoiets niet zeggen.
Pas op. Ik denk dat de mensen dat wel kunnen appreciëren. Anarchistisch doen mag wel eens. Daarbij, wat is mainstream? Er kijken meer mensen naar Eén dan naar VT4. Als ik echt mainstream wil zijn moet ik in ‘Emma’ gaan meespelen.

Dan zou ik zeker kijken.
Maar wat hij, de Paul (Mennes) daarnet zei, is zeker waar. Mensen die rond een tafel zitten en beslissen wat de mensen moeten en kunnen slikken, gebeurt elke dag. Zo bijvoorbeeld heb ik mijn teksten voor ‘Supertalent’ moeten inleveren. Daar zat een passage in dat ik zogezegd mijn middenvinger in Martine Prenen haar…spellement zou steken (maar niet echt), en dat mocht niet. ‘Het is een familieprogramma op een vroeg uur’. Dus moest ik het vervangen door m’n poëzie.

Zoals ik daarstraks al in het gesprek met Paul Mennes zei, vind ik je persoonlijk geen dichter. Ik vind je meer performer. Mag ik dat zeggen?
Ja en nee, want ik ben ook dichter.
Poëzie is iets heel breeds he. Ik breng veel gedichten met veel show daarrond, maar…

Als ik aan poëzie denk ik aan…
Aan saaie toestanden?

Nee, aan keurig uitgegeven bundeltjes van De Bezige Bij.
Maar ik wil ook een bundel uitgeven. Zeker weten. Ik heb nog geen uitgever, maar wel al meer dan 70 gedichten. Dat is ook wel mijn doel: in de poëzie verdergaan. Maar toch liever comedy. Comedy gecombineerd met poëzie dan.

Poëzie is meestal doodernstig.
Maar dat hoeft niet he.

Maar dat zijn de geijkte opvattingen. Ga je de poëzie enteren, kielhalen en overnemen?
Ik probeer het gewoon open te trekken. Al die dingen moeten niet zo standvastig zijn. Al dat ernstige gedoe – wat moet je nu zo ernstig zitten zagen? Ik heb ook zulke gedichten he, maar ik pest de mensen er niet mee om die voor te dragen. In al die literaire salons, bijvoorbeeld in NTGent: dat is gewoon om in slaap te vallen! Dat is toch niet plezant! Ik geloof niet dat er één iemand gaat zeggen dat hij zich geamuseerd heeft wanneer hij de zaal daar verlaat. Als je zit te kijken naar iemand die met heel veel pauzes, witregels, traag voordraagt. Schone zinnen he, dat wel, maar die moet je lézen.

Dat is dan toch wel het onderscheid dat je maakt? Poëzie om te lezen vs. Voordrachtpoëzie? En jouw poëzie valt meer onder die tweede noemer?
Ja dat is dan zo. Al heb ik dus ook een groot deel dat gewoon gelezen kan worden, maar die gedichten draag ik nooit voor.

Begint er al vorm te komen in de samenstelling van die gedichten voor een bundel? Meestal wordt er een thematisch geheel verwacht.

Wel, ik heb politieke gedichten, en seksuele gedichten. Variatie genoeg dus (lacht).


Gezien en gesproken op Zwarte Zondag in de Petrol te Antwerpen, op 8 april 2007. www.petrolclub.be
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie