Nada werkt voor het eerst aan een groepsproject. De voorstelling Act of living-Catalogue of failure is het resultaat van een werkproces waarbij ze haar sociale vaardigheden heeft moeten uittesten en haar persoonlijk gevoel rond het thema heeft moeten overbrengen naar anderen. Samen met met Ugo Dehaes en Kwint Manshoven onderzoekt ze verschillende maatschappelijke modellen die het kader bepaalden voor het sociale gedrag in haar generatie. Hun werkmateriaal bestond voornamelijk uit films zoals The Idiots van Lars Von Trier, The experiment en series uit hun jeugd.
De voorstelling vangt aan met een song uit Romeo en Julia, een leeg podium, omkaderd door zware theatergordijnen. Zacht gelig licht versterkt de grootse opera-theatraliteit. Hoewel er zich niets in de ruimte bevindt heeft ze toch een geladenheid. Er is niet niets. Alles heeft reeds een vormgeving, een kader. Ugo wordt letterlijk binnen dit kader gesmeten en er terug uit weg getrokken. Hijzelf blijkt hierbij geen houvast te hebben.
Vervolgens wordt de lege scène gevuld met drie in het wit geklede figuren die de ruimte in zich opnemen zonder er een specifieke relatie mee aan te gaan. De vervreemding wordt nu door hen in scène gezet. Het krijgt een wrang smaakje wanneer één van de drie een duidelijke poging onderneemt om zelfmoord te plegen door zich een plastic zak over het hoofd te trekken. Een duidelijke noodkreet. Maar de andere twee, die hun individuele persoonlijkheid uitschakelen door lachende clownmaskers te dragen, bewegen zich door de ruimte met beeldmateriaal uit de popsexcultuur en negeren en ontkennen volledig de ernst van de situatie. De muziek die opnieuw werd ingezet om de aansluiting te maken tussen de maatschappelijke cultuur en de invloed op ons als individu wordt stopgezet wanneer de zelfmoordenaar alleen achterblijft. De eenzaamheid krijgt beeld.
In de volgende scènes wordt alles nog intenser. Drie kussens worden als een sofa op scène geplaatst. Als een vrolijke jeugdige bende gaan ze erop springen. Opnieuw ondersteund door een vrolijke song. Langzamerhand wordt het springen een lege bezigheid waarbij louter nog de doelmatigheid om het plezier vast te houden overeind blijft. De muziek stopt. De mislukking is compleet.
De voorstelling werd opgebouwd als een losse aaneenschakeling van fragmenten. Een collage van clichés. Maar de laatste scène breekt deze structuur. Achteloos komt een buitenstaander het podium op en rolt een groen grastapijtje uit, plaatst er een grote picknickmand op en verwijdert de gebruikte objecten van het vorige fragment. Alsof een nieuwe voorstelling wordt voorbereid. Waarom deze drastische breuk qua vormgeving en tijdsduur blijft me een raadsel maar wel is zo dat de picknickscène de volledige waanzin in de zoektocht naar sociale aanvaarding en de elementen die we hiervoor gebruiken samenbrengt. Het op het eerste zicht normale en herkenbare gegeven van een picknick op het strand krijgt al gauw tekenen van een vreemd schouwspel. Men kijkt elkaar vreemd aan, men gaat niet in op de ander zijn toespeling voor het inwrijven met zonnecrème en het spelen van het kaartspel mondt uit in een spelletje elk voor zich. We kunnen het nuttigen van de maaltijd lezen als een laatste poging tot binding. Opnieuw falen ze in hun opzet. Één voor één haalt iemand iets uit de mand en vult zo opnieuw en opnieuw de lege tijd die dreigt te ontstaan. Het wordt zodanig heftig dat het uitmondt in een voedselvreterij en alles wat te vinden is naar binnen wordt geschrokt. De angst voor de leegte, de angst om buiten het sociale gebeuren te vallen en niets omhanden te hebben wordt ‘opgevuld’ met massa’s eten. De duur van dit gebeuren wordt verontrustend wanneer het idee in me opkomt deze hoeveelheid eten zelf naar binnen te moeten werken.
De matigheid, die Nada als het sleutelelement ziet om te kunnen functioneren, kent eveneens geen grenzen. Het kan veruiterlijking worden van zieligheid en draagt eveneens alle extremen in zich. Op het einde gaat elk één voor één doodgewoon al verder etend de scène af. Niemand reageert op de ander. De totale onverschilligheid voor de ander en het holle beeld van het maatschappelijk model blijven in de ruimte hangen. Het aanvankelijke sterk beeld, een leeg podium, ligt nu vol bewijsmateriaal van ‘de mislukking van het leven’.(song aanvullen)