Vier minuten lang weerschalt een stuk soundtrack uit ´Romeo + Juliet´. We zien een lege scène voor ons, afgebakend door zware, donkere gordijnen. Het wordt weer stil en als een lijk uit de kast valt plots van achter de gordijnen een danser op het podium. Wat volgt is even absurd als existentialistisch. Op een reeks populaire tunes proberen de dansers dwangmatig tot communicatie te komen. Ze lopen samen rondjes, bootsen elkaars houding na, omarmen elkaar en springen samen op kussens. Keer op keer slagen ze er niet in om tot elkaar door te dringen, elkaar daadwerkelijk te zien en te horen of van de actie op zich te genieten. Elke groepsactiviteit ontspoort in een soort ´survival of the fittest´-strijd en vervalt uiteindelijk in blind individualisme.
Gambier gebruikt muziek uit tv-series en films. De herkenbare deuntjes scheppen een soort kader en verwachting, maar die verwachting wordt niet ingelost. De muziek fungeert als model dat hen aangeeft hoe ze zich moeten gedragen en voelen, maar ze beleven er geen vreugde aan. Ze voeren de handelingen uit alsof ze op automatische piloot werken en lijken zich nauwelijks bewust van elkaar. Wanneer de muziek wegvalt, stoppen ze bruusk en beginnen ze als verlamd en verdoofd door de ruimte te dwalen op zoek naar zichzelf, naar een manier om te leven, om zich te gedragen.
Het leven lijkt aan hen voorbij te gaan zonder dat ze er vat op krijgen. Binnen de maatschappelijke structuren kunnen ze niet functioneren. De setting lijkt dan ook op een imaginaire plek ontdaan van alle maatschappelijke referenties, een plaats waar ´misfits´ terechtkomen die niet kunnen aarden in de echte wereld en daar niet aanvaard worden. Toch blijft die maatschappij soms inbreken en reageren ze pavloviaans op die muziek. Ze krijgen er geen voldoening van, maar toch lijken ze verloren zonder die houvast.
In het tweede deel van de voorstelling verandert het tempo drastisch en komen ze in een soort idyllische plek terecht. We horen water op de achtergrond en de vogels fluiten. Ze trekken erop uit voor een picknick en hebben alle ingrediënten voor een leuke dag in hun rieten mand gestoken. Als een wetenschappelijk experiment testen de drie dansers alle zaken dwangmatig uit. Ze kleden zich om, ze zonnebaden, ze kaarten, ze eten. De scène lijkt een eeuwigheid te duren en versterkt daardoor het contrast tussen het idyllische en het saaie aan de hele situatie. Alledrie lijken ze vast te zitten in een patstelling, in hun eigen leefwereld. Hoewel ze als beste vrienden samen rondhangen en dingen doen, blijven ze eenzamer dan ooit. En toch krijg je niet echt een tragisch gevoel.
Op het einde verlaat de ene na de andere druppelsgewijs de scène zonder afscheid, zonder blik, met de grootste vrijblijvendheid. Ondertussen horen we een afscheidslied. ´Act of Living – Catalogue of failure´ brengt de moderne manier van leven in kaart en focust op het keurslijf waarin je gedwongen wordt en wat er gebeurt als je dat probeert te doorbreken. Het toont een werkelijkheid waarin eenzaamheid en onverschilligheid troef zijn.
Door Katrien Delcourt. Gezien op 26 januari 2007, Theater Frascati Amsterdam. In het kader van Something Raw
CREDITS
concept: Nada Gambier
van en met: Nada Gambier, Ugo Dehaes en Kwint Manshoven
licht: Peter De Goy
coproductie: wp Zimmer







