Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Tom Bruynooghe:
Cie de Koe bestaat twintig jaar en brengt "een gelukkige verjaardag"
Jan Decorte en Compagnie Marius brengen Wintervögelchen
Compagnie Cecilia, Union Suspecte en HETPALEIS brengen Broeders van liefde
Krapps laatste band in een regie van Johan Simons in het NTGent
DE KEUZE '08: JAN speelt Thierry in Monty
After the end - Het huis van Bourgondië
ZOEKTOCHT NAAR HET EINDE VAN EEN CIRKEL
datum 09.03.2007
rubriek Podium

“This is the end. My only friend, the end.” Het zou zo door Mark, één van de twee personages van After the end, de nieuwste productie van het Huis van Bourgondië gezegd kunnen worden. Maar over welk einde gaat het dan? Dat van in het begin, dat van in het midden of dat van aan het einde? Waar het één eindigt, begint het ander. Want we lopen in cirkels. Tot die cirkels eigenlijk een spiraal blijken te zijn. Een neerwaartse. Zelf kunnen bepalen waar en hoe het ene eindigt en het andere begint, dat is macht, dat is waar het om draait. Maar als puntje bij paaltje komt, blijkt niemand dat te kunnen. Aan alles komt een eind, uiteindelijk.

After the end begint met, je raadt het nooit, een einde. Terwijl het publiek de zaal betreedt, maken de acteurs duidelijk dat er een situatie bestaat die zich voor het stuk afspeelt door rond te wandelen in het gebied buiten het speelvlak. Wanneer de acteurs op bewonderenswaardige wijze, zonder hulp van het dimmen van het zaallicht, enkel door te stoppen met ijsberen, het publiek hebben stilgekregen, vallen ze met de deur in huis, gaat het zaallicht uit en bevinden we ons op de plaats waar alles om draait: de schuilkelder van Mark.

Alles speelt zich af in de beperkende rechthoek van de schuilkelder waar alles dat in een schuilkelder aanwezig hoort te zijn, zijn vaste, door Mark bepaalde plaats heeft. Een kist met blikken levensmiddelen, een pot voor hun behoeften, water en uiteraard matrassen. Dit laatste motief heeft regisseur Domien Van Der Meiren knap doorgetrokken naar de gehele ondergrond van het decor. Binnen het beperkende kader van deze rechthoek, en net omwille van het beperkende ervan, bewandelen de personages de eerder genoemde cirkels of spiralen. Maar daarmee zitten we al even voorbij het einde. Het eerste einde.

Het verhaal begint in medias res, maar brengt ons dadelijk met behulp van een flashback op de hoogte van de situatie. Mark heeft Louise op straat gered na de inslag van een bom, waarschijnlijk een atoombom, door haar en zichzelf in veiligheid te brengen in zijn schuilkelder. Dat zegt Mark toch. Louise zelf heeft geen herinneringen aan de gebeurtenissen.

Met het einde van het leven dat beiden daarvoor leefden en het begin van een nieuw soort leven, begint het stuk. Maar we zien het al gauw afglijden naar zijn volgende einde. De discussies nemen toe in aantal en in hevigheid en het wordt al gauw duidelijk dat deze twee mensen onmogelijk met elkaar kunnen blijven samenleven. Wanneer Mark op een gewelddadige wijze een einde wil stellen aan de situatie die hij grotendeels zelf veroorzaakt heeft, komt het verrassende einde van buitenaf.

Maar ook dit einde blijkt een nieuw begin te zijn. Een begin van een deel dat net als het vorige zeer sterk bepaald wordt door het einde van het vorige deel. In dit laatste deel gaat alles om het verwerken van het verleden. Over hoe alles veranderd is, of net niet.

En hoe moet een stuk met zovele eindes anders eindigen dan met een open einde?

Op het eerste zicht lijkt het misschien alsof het stuk een politieke boodschap heeft. Atoombommen, terreur, dreiging, het zijn zeer actuele thema’s. Maar al gauw blijkt dat dit politieke aspect volledig ondergeschikt is aan de psychologie van de personages. Het is Mark die het vaak over politiek heeft en het is Mark die erdoor getypeerd wordt als iemand die in extremen denkt, die een ijzerharde lineaire logica aanwendt, waarbij het verstand volledig prevaleert op de gevoelens. Dat Louise, die eerder als een gevoelspersoon wordt voorgesteld, telkens de discussie aangaat, hoewel ze uiteindelijk op voorhand weet dat Mark niet in staat is van mening te veranderen, typeert haar ook.

Dit conflict dat in het begin enkel onderhuids doorschemert door het ongemak dat de twee personages in elkaars nabijheid voelen, zal in de loop van het stuk escaleren. Als het publiek in het begin nog enige sympathie kan voelen met Mark, die niet goed weet hoe hij moet omgaan met anderen, die volledig bepaald wordt door wat anderen van hem denken en die hunkert naar een beetje liefde van Louise, zal dit in de loop van het stuk volledig veranderen. Er blijkt al gauw meer aan de hand te zijn dan wat communicatieproblemen. Als niet alles gaat zoals Mark het gewild had, slaan de reeds fragiele stoppen in zijn hoofd volledig door. Hij zal de macht die hij heeft doordat de schuilkelder van hem is en doordat hij als man fysiek de sterkere is, misbruiken en als aan het einde van het eerste deel uitkomt wat voor spelletje hij gespeeld heeft, wordt elke mogelijkheid tot medelijden met hem van de kaart geveegd.

In dat tweede deel liggen de machtsverhoudingen volledig anders. Nadat het eerste deel eindigde met een bijna monoloog van Mark, is het tweede deel een bijna monoloog van Louise. Nu is het zij waarom alles draait. Het gaat erom hoe zij de verschrikkingen in de kelder verwerkt. Zij is ook de enige die kan verwerken. Mark kan dat niet. Ook nu blijkt dat voor hem niets verandert. Dat kan hij niet aan.

De dreigende ondertoon die door het hele stuk loopt, wordt niet alleen door het spel opgewekt maar ook door licht en geluid. De vier spots die we op de scène zelf zien, zitten de acteurs echt dicht op het lijf, wat de atmosfeer van de kelder enkel benadrukt. En in het geluid voelen we letterlijk de dreigende ondertoon, die op belangrijke momenten aanzwelt. Twee weldoordachte keuzes van regisseur Van Der Meiren. Die regisseert dit stuk voor het Huis van Bourgondië, een jong, voornamelijk Nederlands theaterhuis waarbij hij eerder al aan de slag ging en dat eerdere ervaringen heeft met teksten van jonge Britse theaterauteurs, in dit geval Dennis Kelly.

Het feit dat we hier te maken hebben met een gemengd Belgisch-Nederlandse voorstelling, geeft enkel een extra dimensie aan het stuk. Het contrast tussen de twee personages wordt er alleen door in de verf gezet.

Na het einde (after the end) is het tijd om het stuk eens in zijn geheel te overschouwen en er een oordeel over te vellen. Ik moet zeggen dat ik er ongelooflijk van genoten heb. En dat kan volgens mij enkel liggen aan de zeer sterke karakterisering die herkenning en inleving mogelijk maakt en aan het feit dat het zware verhaal op de juiste momenten door een portie humor verlicht wordt.

Kortom, een knappe prestatie van regisseur, acteurs en ploeg. Het zijn allemaal nog jonge mensen, dus dit is zeker nog lang het einde niet.

 
 
CREDITS
 
Regie: Domien Van Der Meiren
Tekst: Dennis Kelly
Vertaling en bewerking: Carel Alphenaar en Arthur Belmon
Spel: Marc Kraan en Lien De Graeve
 
www.huisvanbourgondie.nl
 

Gezien in het Arca (NTGent) op 8 maart 2007

Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie