Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Tristero speelt Face tot the Wall
TE BRAVE ODE AAN DE GEWELDADIGHEID
datum 26.02.2007
auteur Bart Magnus
rubriek Podium

Na het alom gesmaakte Play with Repeats gaat Tristero voor de tweede maal met een tekst van de Britse auteur Martin Crimp aan de slag. In Face to the Wall bespeelt het huisgezelschap van het Brusselse Kaaitheater gedurende een uurtje op een zeer luchtige manier het thema geweld. Hun lansen en messen snijden vlotjes door boter en ook door woorden, maar gaan helaas te weinig door merg en been. De kogels lijken rubberkogels of hun buskruit ontploft niet.

Face to the Wall is opgedeeld in drie bedrijven die relatief autonoom functioneren maar toch met elkaar verbonden zijn. In elk van deze delen ontwikkelt het verhaal zich met horten en stoten. Door kleine toevoegingen en al dan niet pertinente vragen wordt langzaam een narratieve tekst geweven. Het acteurskwartet, voor de gelegenheid als stevig bewapende Amerikaanse ‘cops’ uitgedost, beweegt zich binnen een begrensd wit vierkant: de plaats van het delict, de werkvloer van een rechercheteam, de begrensde wereld,… Wie zal het zeggen?

 De positie en het statuut van de vier vertellers op scène zijn onduidelijk. Bijten ze zich vast in een onderzoek door een poging tot reconstructie van wat voorafging aan de misdaad? Of schrijven deze mensen een scenario voor één of andere serie, of misschien wel voor een toneelstuk? Het publiek van Face to the Wall heeft enkel deze vier vertellers ter beschikking van wie het niet eens duidelijk is of ze geheel alwetend zijn of net helemaal niets weten en er maar op los fantaseren. De prachtige, soms absurdistische tekst van Martin Crimp balanceert constant tussen fictie en realiteit.

Het eerste deel opent met het relaas over een vrouw die eigenlijk nooit had mogen trouwen met haar man. Dat ze dit toch deed, bracht kennelijk een vloed van potentieel geweld tot ontplooiing, dat in deze fase nog zeer onderhuids blijft. Maar toch: dat de ogen van de man soms zo vreselijk wegdraaien voorspelt al niet veel goeds. Net wanneer zij bij hem wil weggaan, raakt ze zwanger. Het beeld van de huisje-tuintje-kindje ‘happy family’ wordt uit de kast gehaald: moeke houdt van kleine Billy, het jonge gezin heeft financieel niet te klagen. Kortom: een modelfamilie, althans naar buiten toe. Binnenin kolkt immers het geweld.

Daarop volgt het verhaal over een wilde schutter op een Amerikaanse school. Balans: vijf doden: een leraar en vier kinderen. De agenten-scenaristen beginnen onmiddellijk een daderprofiel op te stellen. Gaat het om de man met de wegdraaiende ogen uit het vorige bedrijf? We weten het niet. Wanneer de politiemensen de biografie van de dader onder de loep nemen, blijkt deze alvast geen begrijpelijke reden te hebben gehad om de misdaad te plegen. Hij is immers een gelukkige echtgenoot en vader, heeft geen moeilijke jeugd gehad, werd als kind nooit geslagen, anaal noch in de mond geneukt, hij heeft een mooi huis, een zeer betrouwbare auto: de American Dream op een presenteerblaadje. En toch, ergens moet er iets zijn misgelopen…

Het derde deel is zeer hermetisch, onder meer door de toenemende absurditeit van de plot. Billy, nu opgegroeid tot een tiener, is alleen thuis. In zijn ouderlijke huis lijkt hij de wereld te bezitten: de beste universiteiten, ziekenhuizen en restaurants staan netjes naast elkaar op een schap gerangschikt. Manhattan ligt in een schuif, Parijs iets verderop met een doekje erover tegen het stof. Omsingeld door afgunstigen krijgt Billy een schot in de heup. Billy verbijt de pijn en sleept zich de draaitrap op. Boven bevindt zich immers de sleutel waarmee hij uit dit paradijselijke huis kan ontsnappen. Het enige wat hij wil is graag gezien worden en hij is ervan overtuigd dat hem dat zal lukken als hij dit paradijs openstelt voor iedereen.

Scenografisch ziet Face to the Wall er zeer simpel uit: een compleet leeg decor, een witte vloer met fel licht erop, en vier Amerikaanse ‘flikken’. De politie-uniformen steken sterk af tegen de achtergrond, maar de enscenering biedt verder nauwelijks ruimte tot variatie. De aarzelende pogingen tot contrast door middel van de belichting kunnen daar weinig verandering in brengen.

Toch spreken de uniformen op zich ook wel. Ze houden de constante aanwezigheid van geweld in onze maatschappij (hetzij boven- of onderhuids) voortdurend op de voorgrond en verwijzen tegelijk ook naar de verwerking van dat geweld in politiefilms, actieseries, literatuur en ook theater. Voor dit entertainment hebben we sterke scenario’s nodig, plots die recht uit de realiteit (hadden kunnen) komen. En dan maar wijsmaken dat elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen of personen geheel op toeval berust.

Met een abrupt einde toont Face to the Wall aan dat de ‘case’ is nooit ‘closed’ is. De misdaad geraakt niet opgelost, laat staan van de aarde gebannen. Gelukkig maar, onze versoapte wereld is immers verslaafd aan sensationele verhalen.

Net als in de scenografie zit ook in het acteerwerk weinig wat de variatie en contrastwerking in het stuk kan opkrikken. De tekst wordt goed gezegd, het tempo zit lekker strak. Het blijft dus wel steeds boeiend om naar te kijken, maar het geheel blijft voor de inhoud wel erg statisch geacteerd. Enkel een uitstekende David Dermez weet daar enigszins aan te ontsnappen. Kristien De Proost, Youri Dirkx en Peter Vandenbempt blijven in hun spel te zeer in eenzelfde register steken en vallen enkel terug op de – evenwel goed uitgespeelde – herhalingen en tics van de tekst om hun personage een gezicht te geven.

Face to the Wall biedt een interessante visie op geweld, maar is al bij al te glad. De soms priemende tekst van Martin Crimp mocht meer pijn doen. Het mes is een beetje bot en Tristero spreekt niet het hele wapenarsenaal aan om daar iets aan te doen. De luchtigheid die maakt dat alles zo vlot naar binnen gaat, is en blijft cruciaal voor deze voorstelling. Het probleem is echter dat het na een beetje herkauwwerk ook nog eens blijkt te verteren, terwijl we eigenlijk al meteen braakneigingen hadden moeten ondervinden of dat alles op zijn minst als een baksteen op de maag hadden moeten voelen liggen. De (z)ware indigestie van geweld laat helaas op zich wachten.

Gezien op 21/02/2007 in STUK Leuven

Van en met: Kristien De Proost, David Dermez, Youri Dirkx & Peter Vandenbempt
Tekst: Martin Crimp
Vertaling: Tristero
Coach: Guy Dermul
Lichtontwerp en techniek: Bart Luypaert
Kostuums: Marie Dries
Productie: Tristero i.s.m. KVS
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie