Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Sam Steverlynck:
Ruben Kindermans: De Johnny Knoxville van de Vlaamse kunst
Watou 2007: in de ban van de stilte
Anima 2007 - Onedotzero Spectrum #1 en #2
Anima 2007 Competition 1
MET DANK AAN DE KLASSIEKERS VAN DE SCHILDERKUNST
datum 03.03.2007
rubriek Film + TV
Het Anima festival is ondertussen aan haar 26ste editie toe en de eerste competitie van kortfilms oogt alvast veelbelovend. De geselecteerde werken bieden een mooie staalkaart aan van wat er momenteel leeft in de animatiesector. De rode draad die de meeste werken in dit programmaluik verbindt, is het zich toe-eigenen van een bestaande, picturale beeldtaal voor eigen doeleinden.

Competiton I begint sterk met de Russische kortfilm ‘Khelom’s Customs’ van Irina Litmanovich. In dit zwart/ wit animatiefilmpje wordt een portret geschetst van een joodse shtetl die geteisterd wordt door een muizenplaag. De naïeve stijl van het filmpje lijkt te knipogen naar het werk van de Wit- Russische schilder Marc Chagall. Khelom’s Customs’ is een geslaagde appetiser die meteen de toon zet voor het leentjebuur spelen bij de klassiekers van de schilderkunst.

Ook de film ‘My Love / Mon amour’ van de Rus Alexandre Petrov verwijst qua vormtaal naar een bestaande schilderstijl en maakt handig gebruik van de genreschilderkunst. Het hele filmpje lijkt een aaneenschakeling van impressionistisch aandoende schilderijen. Daarbij gaat het eerder om de sfeerschepping dan het rechtstreeks verwijzen naar bestaande doeken, hoewel er af en toe een aantal bekende werken binnensluipen zoals ‘Arrangement in Grey and Black: Portrait of the Painter’s Mother’ van James Whistler. De film is de langste bijdrage van deze selectie (grofweg 26 minuten) en lijdt dan ook aan langdradigheid. Bijwijlen lijkt het wel een draak van een Russisch epos. ‘My Love/ Mon Amour’ is een ietwat klef liefdesverhaal van een jongeman die moet kiezen tussen een pure, platonische liefde en lichamelijke lust. De protagonist wordt daarbij verscheurd door innerlijke twijfel en wordt heen en weer geslingerd tussen zijn gevoelens voor een jong, onschuldig meisje en die voor een rijpe -al wat minder onschuldige- vrouw. Formeel is ‘My Love/ Mon amour’ een ware krachtinspanning, maar inhoudelijk verveelt de film al snel. Met als hoofdingrediënten ‘een onmogelijke liefde’ en ‘standenverschil’ is het ongetwijfeld dé favoriet van alle Brontë Sisters- fans.

Van een heel andere orde is de film ‘Rabbit’ van Run Wrake, die op het 35e Internationaal Film Festival Rotterdam terecht de prijs voor beste animatiefilm wegkaapte. Ook in deze film staat het verlies van onschuld centraal. ‘Rabbit’ is een fantasierijk animatiefilmpje dat volledig gemaakt is uit bestaande educatieve stickers uit de jaren 1960 van de hand van ene Geoffrey Higham. De personages uit de afbeeldingen worden tot leven gebracht alsook de bijhorende objecten die - de educatieve bestemming van de stickers indachtig- voorzien worden van het keurig geschreven bijhorende woord. In de handen van regisseur Run Wrake verliezen de originele illustraties en personages van Higham hun onschuld en wordt het verhaal een parabel over hebzucht. Door de vervreemdende en sinistere sfeer wordt de film wel eens vergeleken met ‘Blue Velvet’ van David Lynch, maar dat is misschien wat overdreven.

Ronduit hilarisch is de Duitse ‘Kein Platz für Gerold’ van Daniel Nocke. De film weet herkenbare dialogen uit de dagdagelijkse realiteit te gebruiken in absurde situaties met alle hilarische gevolgen van dien. Drie huisgenoten beslissen, na lang beraadslagen, om hun collega het huis uit te zetten. De realistische dialogen en enscenering wordt echter gecounterd door het feit dat de vier eigenlijk dieren zijn: het gaat om een krokodil, een gnoe, een nijlpaard, een neushoorn. De krokodil is niet meer welkom in het gezelschap en diens gebrek aan hygiëne is dan ook de oorzaak van het dispuut. Ook getuigen zijn eetgewoontes van weinig respect ten opzichte van de gnoe. Geleidelijk aan wordt duidelijk dat er ook overspel mee gemoeid is. Het gegeven klinkt misschien flauw -ik weet het- maar het is juist de prestatie van Nocke dat hij er toch in slaagt om zulk absurd verhaal geloofwaardig te maken.  

De film ‘Jeu’ van Georges Schwizgebel bestaat uit een aaneenschakeling van Escheriaanse optische experimenten, ondersteund door bijhorende muziek van Prokofiev maar heeft, net zoals ‘The Runt’ van Andrea Hykade, moeite om te midden van al het andere beeldgeweld overeind te blijven. Beide werken zijn misschien wel het slachtoffer van de sterke selectie.

Gewaagd is ook het project Dicht/ Vorm. In dit initiatief worden een aantal Nederlandstalige klassieke gedichten vertaald naar animatiefilm. Er wordt steeds geopteerd voor de beeldtaal van een bekend schilder die ongeveer in dezelfde periode leefde en werkte. De opzet is nobel maar niet zonder risico’s, net zoals dat het geval is met verfilmingen van bestaande boeken. De val waar men bij dergelijke ondernemingen vaak intrapt, is dat de film gewoon het verhaal of de plot weergeeft maar daarbij de ziel van het werk mist. Het resultaat is dan geen autonoom kunstwerk, maar een slap afkooksel van het origineel. De tearjerker ‘Aan Rika’ van Piet Paaltjes die door Juan De Graaf onder handen werd genomen, kan niet helemaal overtuigen. De omschrijving in het programmaboekje illustreert nog maar eens dat poëzie zich niet laat samenvatten: ‘Piet mist niet enkel zijn trein, maar ook de liefde van zijn leven.’ Het filmpje, dat blijkt te refereren aan het werk van Toulouse- Lautrec, maakt wel knap gebruik van splitscreen en andere montagetechnieken, maar zorgt toch niet onmiddellijk voor een meerwaarde. De nadruk ligt iets teveel op het anekdotische en bovendien wordt het oeuvre van Lautrec gereduceerd tot burgermannetjes met een bolhoed en een wandelstok.

Het Kind en Ik’ van Christa Moesker, naar een gedicht van Martinus Nijhof, houdt het dan eerder bij een vage sfeerschepping die moet appelleren aan het universum van Paul Klee. Moesker slaagt er niet helemaal in om het werk tot leven te brengen en de beelden leiden vaak de aandacht van het gedicht af. Het filmpje bij het gedicht ‘Werkster’ van Gerrit Achterberg is ongetwijfeld de meest geslaagde adaptatie doordat het iets wezenlijks toevoegt aan het origineel. De machinale, monotone handelingen die de poetsvrouw steeds herhaalt, passen wonderwel bij de onpersoonlijke rasters in het werk van Piet Mondriaan. De regisseur Lucette Braune was tevens aanwezig op het festival en mocht haar werk kort inleiden. De drie films kunnen trouwens, net zoals de zeven andere gedichten die door het Dicht/Kunst –project werden aangepast, bekeken worden op de site www.dichtvorm.nl.  

In ‘Dreams And Desires - Family Ties’ van Joanna Quinn tenslotte zien we hoe een mollige vrouw, die haar filmkennis in de praktijk wil omzetten, gewapend met een handycam het huwelijk van een vriendin vastlegt. In haar poging om de door haar bewonderde regisseurs te evenaren, richt ze echter een knoeiboel aan. Zo heeft haar travelling shot vanop een rolstoel nefaste gevolgen. ‘Dreams And Desires - Family Ties’ is een filmpje zonder pretentie dat een grappig inzicht biedt in een marginaal Brits milieu.  

Samenvattend kan men stellen dat het merendeel van de geselecteerde werken gebruik maakt van bestaande artistieke stijlen om een nieuw universum op te roepen. Sommigen verwijzen daarbij al wat explicieter naar hun grote voorbeelden dan anderen. Maar in het algemeen biedt het programma toch een zeer boeiende selectie van een aantal eigenzinnige talenten. Om het met een torenhoog cliché te zeggen: er rest de jury een moeilijke taak.

Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie