
Zoe Beloff is geboren en getogen in de Schotse hoofdstad Edinburgh, maar verhuisde in 1980 al naar New York om daar filmstudies aan te vatten. Deze fascinatie voor de nieuwe media vormt een rode draad door haar oeuvre. Installaties, stereoscopische projecties, diorama's het zijn allemaal middelen die we vroeg of laat terugvinden in het werk van Beloff. Hoewel het medium verandert van kunstwerk tot kunstwerk, blijft het doel hetzelfde: vastleggen wat 'niet zichtbaar' is. En het is net dit streven dat haar in contact bracht met de wereld van het spirituele. Zoals 19de eeuwse mediums entiteiten uit het hiernamaals, vaak op theatrale wijze, materialiseerde voor de ogen van nieuwsgierige publiek, zo probeert Beloff ook, met behulp van audiovisuele middelen deze onbekende wereld zichtbaar te maken voor ons.
De installatie die zij presenteert op ARTEFACT, The ideoplastic materializations of Eva C., is in vele opzichten een hoogtepunt in Beloffs reeks van onderzoeken naar vreemde fenomenen. Als een echte historicus gaat de kunstenares op zoek naar authentieke bronnen en beeldmateriaal om zo een compleet mogelijk plaatje van de gebeurtenis te schetsen. In dit geval bleek het boek van Baron von Schrenck een waardevolle aanwinst te zijn. Hij publiceerde in 1914 zijn verslagen en foto's van de zaak Eva C. onder de titel Phenomena of Materialisation: a contribution to the mediummistic teleplastics. Hoewel wij bij het horen van deze beschrijving misschien eerder denken aan een aflevering van Hitchhikers Guide to the Galaxy, vatte von Schrenk zijn publicatie toch wel heel serieus op. Als psychiater was hij erg geïnteresseerd in de bizarre verhalen over Eva C. die de ronde deden in Parijs. Samen met zijn collega Dr. Geley en de beeldhouwster/hypnotiseur Madame Bisson organiseerde én documenteerde von Schrenck verschillende séances met Eva.

Deze notities en foto's vormen het uitgangspunt voor Zoe Beloff bij het creëren van haar 'zwarte doos'. In deze donkere ruimte worden de bezoekers geconfronteerd met een reconstructie van enkele sessies uit 1913. Vier acteurs beelden, niet zonder enig gevoel voor dramatiek, een typische mirakelshow uit. De film wordt, geheel in de stijl van de periode, geprojecteerd volgens het principe van de stereoscopie. Elke toeschouwer kan een brilletje nemen bij de ingang van de installatie, wat hen in staat stelt de filmische beelden in 3D te zien. Aan de zijflanken van het projectiescherm hangen twee vaandels waarop alternerend woorden, foto's en vroege animatiefilmpjes te zien zijn. Door deze opstelling krijgt de bezoeker het idee dat hij, net zoals het publiek bij de séances van vroeger, actief betrokken wordt bij het schouwspel.
En dat het een schouwspel was, dat mag duidelijk zijn. Het is voor ons vandaag moeilijk te geloven dat de mensen in het begin van de twintigste eeuw echt geloofden dat Eva textielachtig ectoplasma kon braken of een portret op haar buik kon laten verschijnen. Net zoals in een poppenkast verbergt het medium zich even achter een gordijntje en als de doeken worden weggeschoven hangt ze opeens vol met slierten kant en andere stof. De uit het niets verschijnende portretten op de huid van Eva lijken verdacht veel op amateuristisch geschilderde doeken of zelf krantenknipsels. En het feit dat alles achter een gesloten scherm gebeurde, wekte bij de toeschouwers blijkbaar ook geen argwaan op. Eén van de meest bekende bezoekers van de voorstellingen was niemand minder dan Harry Houdini. Hoe is het mogelijk dat zelf een doorgewinterde goochelaar als hij deze trucs niet doorzag? Zoé Beloff acht de realiteitswaarde van de sessies dan ook niet belangrijk: I'm less concerned whether the seance of Eva C. or any other medium for that matter were real or fake. Instead I'm fascinated by what people think they see or wish to see. Waarschijnlijk moeten we de sessies ook op die manier interpreteren. En waarschijnlijk was het publiek niet zo dom als het zich voordeed en wisten ze maar al te goed dat ze belazerd werden. Maar ach, soms is het leuker om de waarheid niet te (willen) zien, zeker als je er nog een striptease boven op krijgt. Want dat is wellicht ook de reden waarom Eva C. zo populair was bij een overwegend mannelijk publiek. Aan het einde van elke sessie kwam het medium immers naakt het podium op, om haar 'tatoeages' te tonen. Of het nu enkel schouwspel was of niet, het feit blijft dat Eva C. als geen ander haar publiek kon betoveren en dat vertelt ons meer iets over onze bereidwilligheid om te geloven, dan haar echte of vermeende krachten.
En met de installatie The ideoplastic materializations of Eva C. slaagt Zoé Beloff er in ook iets van die heerlijke twijfel over te brengen op het publiek.
Artefact festival, nog tot 19 februari in het Stuk in Leuven.







