Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Bert Deckmyn:
Alec Empire op ‘les nuits botanique’
Recent werk van Diller en Scofidio.
Ontwerpen voor de Kunstberg in Brussel
VACANT CITY
datum 06.03.2001
auteur Bert Deckmyn
rubriek Architectuur
De Kunstberg in Brussel was het afgelopen jaar een veelbesproken onderwerp. De organisatoren van Brussel 2000 hadden het uitverkoren tot één van de 'hot spots' van het cultuurgebeuren. Naast een tentoonstelling over het verleden van de Kunstberg, werden ook een aantal architecten, stedenbouwkundigen, filosofen, curatoren en kunstcritici verzameld om over de toekomstmogelijkheden van de Kunstberg na te denken. In dit artikel willen we een blik werpen op de voorstellen die voor de Kunstberg gemaakt zijn.

Tijdens de voorbereidingen van Brussel 2000 ontstond de idee 'Denkoefeningen' te organiseren over de stad. De eerste denkoefening kreeg vorm als een internationaal ontwerpproject, op zoek naar een frisse kijk op de potenties van Brussel. Als site werd de Kunstberg gekozen waaraan het thema "museum voor de 21ste eeuw" werd gekoppeld. Het is een site die zowel symbolisch als materieel overladen is en waar er geen enkele vorm van vrijheid is om iets te veranderen. Op de Kunstberg worden de schijnbaar tegenstrijdige condities van volheid en leegte aangetroffen.

De rode draad doorheen de verschillende voorstellen is de beweging. De verschillende teams willen allen de Kunstberg beter integreren in de stedelijke context. Om dit te doen worden heel diverse strategieën bedacht. De centrale vraag waar elk een eigen antwoord op bedenkt is hoe het immense arsenaal aan ondergrondse ruimtes zichtbaar en attractief kan gemaakt worden. De bovengrond lijkt zo overladen dat hierover weinig uitspraak wordt gedaan. De integratie van de Kunstberg in het stedelijk gebeuren gaat in hoofdzaak over de toegankelijkheid en programmatie van de ondergrond.

Het voorstel van de Nederlandse teams MAX. 1 CRIMSON concentreert zich volledig op de ondergrondse ruimtes, het koninklijk verleden zorgt voor de ironische wenk. Ze zien de Kunstberg duidelijk in de context van een nationaal monument, gecreëerd door de koninklijke familie voor hun volk: de Belgen. De site wordt nu gekenmerkt door zijn enorm arsenaal aan culturele instellingen en door de massa mensen die er dagelijks, ondergronds, aankomen met de trein. Max. 1 & Crimson willen van de Kunstberg, die een collage is van afzonderlijk functionerende instellingen die goede verbindingen met de stad missen, een goed functionerend geheel maken. Ze willen door middel van een aantal beperkte en goedkope ingrepen de ondergrondse ruimtes van de Nationale Bibliotheek, het Paleis voor Schone Kunsten, het museum, het Congressenpaleis en het Centraal Station met elkaar verbinden tot een "spons-achtige" stedelijke structuur onder de stad. Om dit te doen hebben ze een ruimte ontdekt die onder de straat en boven de spoorwegtunnel loopt en die al deze ruimtes met elkaar verbindt. Het is een ruimte vol met kolommen die ze door middel van verschillende ingrepen openwerken naar de naastliggende ondergrondse ruimtes en naar de bovengrondse stad. Ze zien deze ruimte geladen met het spiegelbeeld van de bovengrondse symboliek en monumentaliteit. In deze ruimte worden monumenten gemaakt voor de twijfelachtige herinneringen die de Belgen aan hun monarchie hebben. Zo wordt een afbeelding van koningin Astrid voorzien in een bovenlicht en een standbeeld van Leopold III op zijn paard, omgekeerd hangend aan het plafond.

De Portugese architect  JOAO LUIS CARRILHO DA GRACA is ook op zoek gegaan om de ondergrond nieuw leven in te blazen. In een eerste voorstel, waarvoor hij de metafoor van het houten vlot gebruikt, wil hij de 'Place de l'Albertine' voorzien van een houten dak, die meteen een verhoogd plein is, op ingangsniveau van de omringende gebouwen. Een tweede voorstel, de ijsberg, is een glazen, voetgangersstraat. Door het glazen wegdek komt licht de ondergrondse ruimtes binnen, waar een groen winkelcentrum voorzien wordt. Dit voorstel is een zeer concreet project dat een nogal ééndimensionaal, eindbeeld presenteert. De projecten van atelier Seraji en Design Urbanism gaan daarentegen op zoek naar een procesmatige strategie.

De New Yorkse groep DESIGN URBANISM ziet de Kunstberg als een populair panorama, waaraan ze haar vroegere centraliteit wil teruggeven. Ze ontwikkelt een strategie, die in verschillende stappen uiteen gelegd wordt, om het stedelijk gebied van de Kunstberg nieuw leven in te blazen. In een eerste stap gaan ze op zoek naar resten van verschillende historische lagen die in de ondergrond aanwezig zijn. Daarna willen ze de Kunstberg ontmaskeren door specifieke openingen te maken die de historische lagen opnieuw zichtbaar maken. Ze maken een reeks publieke panorama's, die het hermetisch koninklijke domein toegankelijker moeten maken voor het grote publiek. De Kunstberg wordt geopend voor de stad, als een icoon van de culturele diversiteit van de Belgische staat. In een derde ingreep willen ze een aantal mutaties tot stand brengen in het stedelijk functioneren. Er worden voorstellen geformuleerd om het publieke domein her in te richten, om circulaties te verbeteren en om het isolement van het stadsdeel op te heffen. De infrastructurele verbeteringen moeten de aanzet zijn voor verder stedelijke ontwikkeling. Ze moeten de mogelijkheden creëren om de museumfuncties uit te breiden en te herprogrammeren. Daarenboven voorzien zij twee nieuwe amfitheaters. Deze eerste infrastructurele ingrepen zullen, volgens Design Urbanism, de gangmaker zijn voor een aantal secundaire effecten. Zij zien dit als private investeringen in kantoren en commerciële ruimte, waarvoor ze een aantal gebieden afbakenen.

Het ATELIER SEAJI  vertrekt vanuit twee basisvragen: wat zijn de hedendaagse en toekomstige dragers van cultuur? En wat is de toekomst van Brussel als Europese stad? Ze maken een vergelijking tussen de musea in London, Berlijn, Parijs, Bilbao en Brussel. Het grote probleem van de Kunstberg is dat alles verborgen zit en onzichtbaar is. Ze geloven niet dat architectuur, als gebouw, belangrijk is in de situatie van de Kunstberg. Brussel moet zich dan ook niet spiegelen aan andere Europese steden die kunst centraliseren en institutionaliseren noch aan steden die zich cultureel willen profileren door architecturale objecten (Bilbao). Op de kunstberg is er een zo grote en diverse verzameling kunst aanwezig dat deze onmogelijk in een object te vatten is. Ze zien de hedendaagse culturele scène veeleer als een divers en levendig gebeuren dat zich in verschillende stadsdelen afspeelt en deze kan activeren. Ze willen de overvloed aan cultuur op de Kunstberg exploderen en verspreiden over de stad. Ze stellen in hun voorstel een matrix op waarmee programma kan geëxporteerd en geïmporteerd worden. Op deze manier kunnen alledaagse programma's ingebracht worden die de bevolking naar de Kunstberg brengen en culturele programma's weggenomen worden die het de kunstberg onmogelijk maken om geïntegreerd te raken in het stedelijk leven

Tenslotte komt de Japans - Zwitserse samenwerking RIKENYAMAMOTO & FIELDSHOP met een alternatief, futuristisch idee aandraven. Volgens hen moet het Brusselse centrum dan maar ineens autovrij gemaakt worden en moeten we met een soort rolstoel-fietsen door de hoofdstad. De stad wordt helemaal groen, ondergrondse ruimtes worden overwelfd met gigantische glazen voetpaden. Het levert een mooi stripverhaaltje op maar ook niet veel meer dan dat.

Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie